Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden geopend Lebben. De ontroering en de vrees, die zich van de discipelen meester maken, onderstellen ook een plotselinge en bovennatuurlijke manier van binnenkomen. De groet is volgens den T. R. in beide berichten dezelfde: Vrede zij uheden! Maar het is waarschijnlijk, dat deze woorden uit den tekst van Lukas moeten uitgeschrapt worden Want al ontbreken zij ook alleen in de oorkonden, die de rieksch-Latijnsehe lezing vertegenwoordigen, de waarschijnlijkheid eener interpolatie uit den tekst van Johani.es is in dit geval toch zoo groot, dat het voorzichtiger is, ze weg te aten Dit is niet het eenige geval, waarin de Cantabriq ondanks zyn groote en onafgebrokene onvolmaaktheden, bevonden wordt, den waren tekst te hebben bewaard. In onzen Commentaar op den eersten brief aan de Corinthiërs (1 Cor. « . 10) hebben wij op een onweersprekelijk voorbeeld van dezen aard de aandacht gevestigd. - De uitdrukking wü** geest duidt hier de ziel aan van den gestorvene, die uit den Hades terugkomt en zich in een zichtbare gedaante maar zonder een werkelijk lichaam aan de levenden vertoont het is datgene, wat de ouden een schim (umbra) of een spooksel ($xiirxiTfix) noemden (Matth. 14:26): vel 1 PPtr 3: 19, enz. Het was zonder twijfel in dezen zin, dat lhomas de verschijning opvatte, waarvan zijn medeapostelen hem verhaalden.

Vs. 38—40. „En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij ontroerd ? En waarom *) komen er twijfelingen in uwe harten 2) op? 39. Ziet mijne handen en mijne voeten; want ik ben het zelf. Betast mij en ziet: want een geest heeft noch vleesch 3), noch beenderen, zooals gij ziet, dat ik heb. 40. (En

2! met NA,en 13 B: *«' dl' ««> »*t,.

; B D Itpler lezen 5, r* in plaats yan «

J) S D lezen in plaats van trapnx.

Sluiten