Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarvan tot de profetieën des O. T.'s deed verstaan. Hij verlichtte hun geest met zu'k een nieuw en wonderbaar licht, dat zij in de geheele H. Schrift een helder inzicht kregen. In het tweede bericht zijn de onderrichtingen samengevat, waardoor Jezus hunne gedachten op hunne toekomstige taak, hunne roeping ten opzichte van de menschheid, vestigde, en hun de goddelijke hulp beloofde, die hen in staat zou stellen om haar te vervullen (vs. 46—49).

Vs. 44—45. „En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden '), die ik tot u sprak, toen ik nog bij u was, (zeggende): dat al de dingen, die van mij geschreven zijn in de wet van Mozes, en in de Profeten, en in de Psalmen, vervuld moesten worden. 45. Toen opende Hij hun verstand om de schriften te verstaan."

Het komt mij voor dat de natuurlijkste wijze om de uitdrukking outo o'i y.iyci Sti te verklaren is: cjtci te beschouwen als een attractie van y.óyoi, in plaats van een txvtx: „Deze dingen (die geschied zijn, en die u zoo zeer verrast hebben) zijn niets anders, dan de vervulling van de woorden, die ik vroeger tot u gesproken heb"; vgl. 9 : 22; 18 : 31; 22 : 37 en verv. Het schijnt mij gedwongen toe, dit ovroi met hetgeen volgt in betrekking te brengen. — De uitdrukking: „toen ik bij u was" bewijst dat Jezus nu reeds zijn scheiding van hen als een voldongen feit beschouwt; zijn woonplaats is elders; slechts bij wijze van uitzondering verschijnt Hij in hun midden. — Van de uitdrukkingen: Wet, Profeten, Psalmen duiden de twee eersten de twee voornaamste gedeelten van den Kanon aan, terwijl de derde het voornaamste boek van het derde gedeelte, de Hagiographa, te kennen

1) AB en 6 Mjj. lezen itov na Aoyoi; T. R. laat het weg met 8 en 9 Mjj. It. Syr.

Godït, Lukas. II. 39

Sluiten