Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreekt zonder de geringste verlegenheid over de veertig dagen, gedurende welke Jezus den zijnen vele bewijzen van zijn opstanding gegeven heeft, doordat Hij hun verschenen is. Is dit de manier, waarop een eerlijk man een dwaling herstelt? Eindelijk vrage men zich af, of men aannemen kan, dat Lukas, die, voordat hij zijn Evangelie schreef, met Paulus van Troas naar Philippi, van Philippi naar Jeruzalem, en van Cesarea naar Rome gereisd, en die zelfs het eerste gedeelte van zijn gevangenschap te Rome met hem gedeeld had, volkomen onbekend was gebleven met de overlevering van den apostel, die deze in de gemeenten leerde, en die, zooals hij zelf verzekert, de overlevering der apostelen was (1 Cor. 15 : 1 en verv.)P Deze overlevering nu bevatte, volgens het uitdrukkelijk getuigenis van Paulus, een bijna volledige opsomming van de verschijningen van den opgestanen Jezus. Onder deze door Paulus vermelde verschijningen is er een aan 500 personen, een aan Jakobus, en een tweede aan al de apostelen. Wie zou nu durven beweren, dat al deze verschijningen volgens Paulus in den nacht, die op den opstandingsdag gevolgd is, hebben plaats gehad? Deze den apostel zoo goed bekende feiten moet Lukas bij de vervaardiging van zijn Evangelie wel gekend hebben, nadat hij zoo lang met hem geleefd had. Dat Paulus met Lukas daarover gesproken had, blijkt uit de vermelding van de verschijning aan Petrus, die alleen bij hen gevonden wordt. Het is dus een tastbare ongerijmdheid, te beweren, dat Lukas eerst in den tijd tusschen de vervaardiging van zijn Evangelie en die van de Hand. bekend is geworden met den afstand tusschen de opstanding van Jezus en zijn laatste verschijning. Zoo is dan het denkbeeld uitgesloten, dat volgens het verhaal van Lukas in het Evangelie de hemelvaart op den avond van den opstandingsdag zou hebben plaats gehad.

Daar deze oplossing zonder eenige aarzeling ter zijde moet worden gesteld, zooals Beyschlag erkent, blijft er slechts ééne over, die bovendien voor de hand ligt: dat Lukas reeds bij de vervaardiging van het Evangelie zich voorgenomen had, in zijn tweede werk het feit der hemelvaart

Sluiten