Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■*

smolt in de overlevering zonder twijfel met de vorige samen; de persoonlijke herinnering van Johannes was noodig, om haar weêr aan de vergetelheid te ontrukken door liaar uitdrukkelijk van de vorige te onderscheiden. Paulus maakte er evenmin gewag van, als de Synoptici. De apostel vermeldt voorts een verschijning aan meer dan 500 personen, waarvan velen nog in leven waren op het oogenblik, waarop hij schreef. Zulk een groote vergadering onderstelt noodzakelijk een bijeenroeping en een aangewezen plaats van samenkomst, en deze omstandigheid leidt ons er toe, deze verschijning voor identiscli te houden met die, welke Mattheus zegt, dat op den berg in Galilea heeft plaats gehad, waar Jezus hen bescheiden had, gelijk hij zich uitdrukt. Spreekt Mattheus alleen over de elven, dit is daaraan toe te schrijven, dat Jezus de groote opdracht der evangeliseering van alle volken, die een der voornaamste doeleinden van dit tooneel was, tot hem heeft gericht. Zooals wij gezien hebben, waren de vrouwen door de boodschap des engels ook uitgenoodigd, om daarbij tegenwoordig te zijn. Alles geeft er dus aanleiding toe, de verschijning aan de 500 personen, waarvan Paulus spreekt, voor identisch te houden met het laatste tooneel van het eerste Evangelie. Het was het afscheid van Jezus aan zijn Galileesche gemeenten.

Paulus spreekt verder over een verschijning aan Jacobus, waarvan onze Evangeliën geen melding maken, maar die later door de Apocrieven met allerlei verzinsels opgesmukt is geworden. Waarschijnlijk had hij dit feit uit den mond van Jakobus zelf vernomen, gedurende de 14 dagen, die hij met hem en Petrus te Jeruzalem doorbracht, drie jaren na zijn bekeering (Gal. 1: 18 en 19). Zonder twijfel was het ook toen, dat Petrus hem verhaalde van de verschijning, die hem te beurt viel, en waarvan de bijzonderheden, zooals gemakkelijk te begrijpen is, niet in de overlevering waren overgegaan. Eindelijk vermeldt Paulus een verschijning „aan al de apostelen". Over de uitdrukking „al" is er getwist geworden. Men heeft gevraagd, of zij misschien niet aanduidt, dat Jakobus of eenige pei'sonen, die later apostelen

Sluiten