Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denkbeeld. Door het beeld van de zaadkorrel, die, in de aarde gelegd, daar eerst vergaat, maar om zich daarna in een nieuw organisme te ontplooien, bewijst de apostel, dat de verwachting van een lichamelijke opstanding niet zoo ongerijmd is als men meent. Er is dus wèl sprake van een weder levend worden van het in de aarde gelegde lichaam, en het bewijs voor dit toekomstig feit vindt hij in de opstanding van Jezus en in de verschijningen, die de werkelijkheid daarvan hebben aangetoond. Als hij deze feiten niet voor objectieve en lichamelijke werkelijkheid had aangezien, zou de bewijsvoering geen zin hebben. Hoe kan men met een innerlijk visioen de werkelijkheid van de toekomstige opstanding des liehaams bewijzen! Letten wij nog op een veelbeteekenend woord van deze plaats. Onder de feiten, die Paulus aanvoert als behoorende tot de voornaamste bestanddeelen van het apostolisch getuigenis, noemt hij uitdrukkelijk, tusschen den dood en de opstanding van Jezus, zijn begrafenis (vs. 4). Deze woorden: xx) èriQti, en dat Hij begraven is kunnen in dezen samenhang geen andere beteekenis hebben, dan: Na zijn dood werd zijn lichaam in het graf gelegd, en uit dit graf is zijn lichaam weêr levend te voorschijn gekomen. Wij hebben dus van de hand van Paulus-zelf het bewijs van den zin, waarin zoowel hij als de andere apostelen de volgende woorden verstonden: „En Hij is ten derden dage opgestaan, naar de Schriften".

De verklaring van Paulus (1 Cor. 15:1—11) aangaande het apostolisch getuigenis is in deze kwestie van het hoogste gewicht. Want zij sluit met beslistheid een gevoelen uit, dat kort geleden werd uitgesproken, en ten doel heeft, alle waarde te ontnemen aan die feiten in onze Evangelische verhalen, welke noodzaken, de verschijningen van den opgestanen Heer als werkelijkheid te beschouwen. Men heeft gezegd: De apostelen hebben van slechts één feit getuigd, nl. dat zij visioenen hebben gehad, waarin zij den verheerlijkten Heer hebben gezien; en het is de latere legende, die deze innerlijke gebeurtenissen in uitwendige, in werkelijke verschijaingen heeft veranderd, Nu hebben wij hier het ge-

Sluiten