Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenis, zooals de Synoptici ons die hebben overgeleverd, ontbreken zou, indien wij het niet hadden ').

2. De bronnen van Lukas zijn even voortreffelijk, als rijk. Dit is ons gebleken bij de vergelijking van zijn berichten met die der twee anderen. Zeer dikwijls hebben de berichten van Lukas een nieuw licht op deze geworpen. De woorden van Jezus hebben al hunne doelmatigheid teruggekregen, doordat hij ze in hun waren samenhang heeft overgebracht; de inleidingen, die aan de leeringen voorafgaan, hebben telkens de praktische strekking daarvan openbaar doen worden 2).

3. Deze twee resultaten voeren ons tot een derde, nl. dit: dat de bronnen van Lukas geheel onafhankelijk zijn van de twee andere Synoptici en hunne bronnen. Dit is ons ook gebleken uit een feit, waaraan de critiek, naar het ons voorkomt, meer gewicht zal moeten hechten, dan zij tot hiertoe gedaan heeft. Wij bedoelen de Hebraïsmen, die den stijl van Lukas door het geheele boek heen op meer of minder duidelijke wijze kenmerken3). Tiele heeft uit dit

1) Zoo zouden wij b.v. onbekend zijn gebleven met de gelijkenissen van het verloren schaap, van den verloren penning en van den verloren zoon; met die van den onrechtvaardigen rentmeester, van den rijken man en den armen Lazarus, van den pharizeêr en den tollenaar, enz.; met de berichten aangaande de zondares aan de voeten van Jezus, het bezoek bij Martha en en Maria, den boetvaardigen moordenaar, de tranen van Jezus over Jeruzalem, de twee Emmaüsgangers, enz. enz.

2) Vgl. de bijzonderheid van het gebed van Jezus bij den doop en bij de verheerlijking op den berg; de vermelding van het onderwerp van het gesprek van Jezus met Mozes en Elia; de juiste plaats van de afscheidswoorden aan de steden van G-aliiea en van de gesprekken met de drie discipelen, die zich bij Hem willen aansluiten; de toespraak bij den terugkeer der 70 discipelen; de onderscheiding van de rede over de Parousie van die over de verwoesting van Jeruzalem; het verband tuaschen het voorschrift aangaande het gebed en de gelijkenis van den onbescheiden vriend, en tussehen het onderwijs aangaande de Voorzienigheid en de gelijkenis van den rijken dwaas. Over de inleidingen zie men bij 9:1,2 (het gebed des Heeren); 13 : 23; 14 : 25; 15 : 1—2; 16 : 1 en 14. Vgl. ook 17 : 1—10, over de afwezigheid van alle inleiding en over de gevolgtrekkingen, die daaruit aangaande de getrouwheid van Lukas moeten worden gemaakt.

3) Vgl. de zeer zorgvuldige opsomming, die Holtimann daarvan gegeven heeft (Die synoptuchen Evangelien, blz. 332—334).

Sluiten