Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermeld, is eene navolging van het geen bij de engelsche wetten op het grootboek gestatueerd wordt, wetten, die Zijne Majesteit met zoo veel reden begeerd heeft, dat in het algemeen ten dezen tot voorbeeld zouden strekken, daar de ondervinding, haar zegel op dezelve, in dat ook handeldrijvend land, sedert lange, gedrukt heeft.

„De verordening in het 23 Artikel vervat, dat de inschrijvingen in het grootboek, en daaruit spruitende renten, in geen geval, noch uit eenigerhoofde, arrestabel zullen zijn, dan alleen ter bekoming van hetgeen bij een regterlijk vonnis zal zijn toegewezen, is haren oorsprong verschuldigd, gedeeltelijk aan hetgeen plaats heeft ten opzigte der in de bank van Amsterdam gedeponeerde kapitalen, welkers inrigting in het begin van het volgend jaar door twee eeuwen eerbied- en navolgenswaardig wordt, en gedeeltelijk aan een gelijk faveur, hetwelk geaccrocheerd was aan de effecten, die nu in inscriptien zullen worden geconverteerd en welke men ook in het algemeen niet vermogt te arresteren, onder de respective kantoren der ontvangers generaal."

„Het begin van het laatste Artikel der wet, verzekert aan Ulieder Vergadering eene zeer belangrijke communicatie van wege Zijne Majesteit, geschikt om alle zweem van twijfel omtrent de volle overbrenging der geheele nationale schuld op het grootboek, (indien dezelve nog bij iemand mogt bestaan) ten eenemale weg te nemen."

„Het einde van dit Artikel, was eindelijk overbodig, doch Zijne Majesteit heeft stellig begeerd, bjj deze gelegenheid, op nieuw wederom een blijk te geven van haren uitdrukkelijken wil, om al, wat tot de schuld van den Staat betrekking heeft, met de uiterste naauwgezetheid te behandelen."

„Nog een aanmerkelijk onderscheid bestaat er, mjjne heeren, tusschen dit nieuw ontwerp en het voorgaande, ten aanzien van de te vorderen bewijzen van eigendom, of van het regt tot inlevering der schuldbewijzen ter inscriptie."

„Het 6 en 7 Artikel dezer wet wijzen daaromtrent eenen weg aan. die meer uitvoerlijk, korter, en even zeker is, dan die bij het voorgaand ontwerp was bepaald."

„Op diergelijke, onder presentatie van eede, geteekende declaratoiren, als deze artikelen vorderen, is reeds meer dan de helft der publieke schuld zonder hinder geconverteerd geworden, en niemand zal zich ligtelijk durven vermeten daarvan misbruik te maken, daar zijne overblijvende handteekening, en de daaruit voortspruitende op naam gestelde inscriptie, den schuldigen aan eene onfeilbare ontdekking en overtuiging dadelijk zouden blootstellen."

,Na aldus opgeteld te hebben de voordeelen, welke het tegenwoordig ontwerp boven het voorgaand bezit, zij het mij geoorloofd, mijne heeren, ook nog korteiyk aan te stippen, diegene, welke de beide ontwerpen te zamen gemeen hebben."

Sluiten