Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage 12.

WET van den 30sten Mei 1847, Stbl. n°. 26, betreffende verliezen door het te loor gaan van schuldbrieven ten laste van het Rijk.

Wij WILLEM II, bij de gratie GODS, Koning deb Nederlanden, Pbins van Obanje-Nassab, Gboot-Hebtog van Luxemburg, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is, bepalingen daar te stellen nopens de wijze waarop eigenaars van schuldbrieven, ten laste van het Rijk aan toonder uitgegeven, of van certificaten op inschrijvingen in de Grootboeken der Nationale schuld gevestigd, welke door buitengewone toevallen vernietigd zijn, nieuwe titels kunnen erlangen;

Zoo is het, dat Wjj, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bjj deze:

Abt. 1.

In geval van vernietiging door of ten gevolge van brand, watersnood, schipbreuk, of eenig dergelijk buitengewoon toeval, van eene schuldbekentenis aan toonder, uitgegeven ten laste van het Rjjk of van deszelfs overzeesche bezittingen, welke renten draagt en waarvan de renten hier te lande betaalbaar zyn, kan, ten verzoeke van den belanghebbenden, op den bjj deze wet bepaalden voet, eene tegemoetkoming der schade worden erlangd.

Art. 2.

Ter verkrijging van zoodanige tegemoetkoming vervoegt zich de belanghebbende tot Ons, bij een verzoekschrift, waarin de aard, de hoegrootheid, het nummer of andere kenteekenen van het vermoedelijk vernietigde stuk en de omstandigheden onder welke hij buiten bezit van hetzelve is geraakt, behoorlijk zijn omschreven, alsmede de bijzonderheden, die

Sluiten