Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GERMANIA.

HOOFDSTUK I.

Driemaal reeds had het Ding den priester Myst doen dagen door het geheele Nervische rijk, maar de zendboden waren allen teruggekomen met de mededeeling, dat de verblijfplaats van den ouden man niet was te vinden. Daarom vergaderden zij en verkozen Koeperan, die twee vaarten naar het Paardeneiland had medegemaakt en door den ouden koning zeer bemind was. Koeperan, die de groote zware vrouwen van zijn rijk zeer lief had, stelde de godin Haiwó als opperste godin van het land.

Hij gebood, dat zij voortaan heilig boven alle andere goden en godinnen zou zijn en gelastte de priesters, haar ter eer offeranden te brengen. Daar hij wist, dat er vele mannen morden en zeiden, dat het Ding een slechte keus had gedaan en dat ze op het Ding door meet en bier en vrouwen zoo bedwelmd waren geweest, dat niemand goed geweten had, wien hij koos, vormde hij geen lijfwacht van mannen maar van vrouwen. Honderd zware, groote maagden koos hij uit en deze wapende hij met speren, schilden en helmen. Hij zelf oefende ze eiken dag uren achtereen op de groote heide en toen hij zag, hoe vaardig en dapper ze waren, gaf hij elk der krijgsvrouwen, twee paarden, grootè zware paarden, kruisingen van 't grove inlandsche ras met de fijnere paarden, die zij als buit hadden meegebracht van de rooftochten op 't groote eiland in den oceaan.

Sluiten