Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was nu zijn vertier eiken dag zijn honderd vrouwen gewapend met speer en kortzwaard, de haren los over den rug, kruiselings te paard zittend, naakt te doen rijden en draven en ze te oefenen in 't gevecht. Toen zij voldoende geoefend waren verbood hij, dat andere lieden dan zijn honderd vrouwen te paard mochten stijgen. Wie rijden wilde, moest zijn paard voor een kar aanspannen.

Eenige Nervische jongemannen hadden zich verzet. Driest reden zij, hoog op hun rossen, den nieuwen koning tegemoet, toen dezen zich met zijn krijgsvrouwen op de heide oefende. De vrouwen, verhit door de oefeningen, overmoedig door haar voorrechten, ontvingen de jongemannen met gejoel en daagden ze tot tweegevechten te paard uit, wat den koning zeer vermaakte. Hij stond het tweegevecht toe onder voorwaarde, dat de man, die verloor, aan de vrouwen gelijk zou worden gemaakt. Dat voorstel namen de Nervische jongemannen aan en spoedig waren de tweegevechten gaande. Maar de jonge mannen konden niet op tegen de reuzenwijven en alle zeven verloren zij den kamp.

Toen vielen de wijven, op bevel van den koning op de jonge mannen aan en hieven ze met de slagzwaarden de geslachtsdeelen af en juichten en joelden en gierden als zij de smarten van de jonge mannen zagen, die daar voor heur oogen doodbloedden.

Sedert waagden de Nervische mannen het niet meer tegen de bevelen van koning Koeperan zich te verzetten. De koning, tevreden met zijn trouwe lijfwacht, liet zich met elk zijner krijgsvrouwen trouwen en ééne onder haar, Himilrat, had hij het liefste van allen, zoodat zij spoedig een overwegenden invloed op hem kreeg. Zij, in 't diepst van haar wezen, haatte hem echter en haatte alle mannen. Tot haar twintigste jaar was Himilrat opgevoed in de haag van Nehalennia en zij had levenslang kuisch willen blijven verzorgend zieke en oude vrouwen en als priesteres, de vrouwen verdedigd tegen den overmoed

Sluiten