Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde af te vallen in den diepen, donkeren zwind, waar de kwade geesten huizen. De schipper had ze schatten beloofd als zij hem trouw bleven en nog drie dagen waren zij blijven stevenen. Maar toen de stormen toenamen en de wacht 's nachts een groot zeemonster had gezien, dat zware stralen water opspoot en loeide met meer geweld, dan een barditus van tien saksen, weigerden de zeelieden vei der te gaan. Toen had de schipper een spaak in de hand genomen, gedreigd elkeen neer te slaan, die zich tegen hem verzette, de zeelieden opgeroepen, die mee durfden. Hij Reri, was als Batouwer, de eenige geweest, hoewel hij ook zeer voor 't monster en den zwind gevreesd had. Maar hij had zijn

woord gegeven voor de afreis.

„Hadden die anderen hun woord niet gegeven?" vroeg

Tjeerd.

„Dat zeker..." zei Reri.

,,'t Waren zeker Kaninefaten!" zei Sigbert verachtelijk.

Zooals du zegt vaêr, Kaninefaten en Dantubaren.

'^Dat's allemaal klootjesvolk! Als 't nu nog Frisen

geweest waren." t

,Neen," zei Reri, „een Fries staat zijn man als du m aanvalt. Dat is bekend. En als een Fries vecht, dan staat-ie of valt-ie. En als 't is om een skig te bouwen, laat ze dan maar loopen. D'r zijn geen betere bouwers.... onze skig was een Friesche, maar hij liep in den wind gladjes als een steen van den berg. Als wij het zeil ophadden en er kwam een skig van de Eierlanders of de Bellovaken, die mee wilden en ons vooruitloopen, dan wisten wij t al en

hielden een ham omhoog, dat ze 'm mochten halen

als ze 'm krijgen konden. Maar krijgen deden ze 'm nooit. Wij waren al uit zicht als ze nog peuterden met nemen

om mee te komen!" (

„En hoe is het toen gegaan bij den zwind?"

Ik stond wel mijn man en de schipper ook, maar wat kan di tegen bang volk? En 't bleef stormen, altijd door

Sluiten