Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijsaard, die herinnering had aan de goede tijden van weleer. Hij vloekte op de goden, de ellende wijtend aan de vijandige oude goden, die van den zwarten steen cn aan Thius, die door de nieuwe goden .verdrongen waren. Hij bezwoer de jongelieden, wanneer ze in leven zouden blijven, Wotan en Donar weder af te zweren en de oude landsgoden te aanbidden, die in deze streken alleen de macht hadden. De holen hadden geen gemeenschap meer met elkaar, want niemand waagde zich naar buiten — vreezend te zullen bevriezen. Maar in één hoi, waar veel jonge vrouwen waren opgehoopt, die vreezend voor het geweld van de grijsaards en de zieke mannen, b\j elkaar waren gaan schuilen, hadden de hongerenden een gang gegraven onder den grond tioor, omdat zij zoo eetbare wortels vonden van diepgroeiende planten. En voortgravend waren zij toen aan het hol gekomen, waar de grijsaard lag. De vrouwen hadden de stamgenooten medegedeeld van de wortels en daar zij kleederen hadden, wikkelde eene zich in de gewaden aan veel anderen en zoo, tegen de koude beschut, kan zij naar buiten gaan om ijs te halen.

Dat bracht eenige lafenis en nu wekte de priester de vrouwen op, den zwarten steen te gaan halen van de grens en die naar het hol te brengen. Zoo vurig en overtuigend had hij gesproken, dat ten slotte een twaalftal vrouwen besloten de oude godheid te gaan zoeken. Zij kleedden zich met alle gewaden, die in de holen waren en eens buiten, liepen zij naar de hutten, verzamelden de huiden en zoo, geheel in pelzen gebakend, reden zij met een wagen naar de grens, zich voedend met gras, wortels en moes van dorre bladeren. Maar aan de grens werden zij opgewacht door de gewapende Batouwers, die haar in heur pelzen voor mannen aanziende, te lijf gingen. Doch zij gilden met heur hooge stemmen, rukten zich de pelzen van 't lichaam, toonden heur borsten en schaamdeelen en smeekten om deernis. De Batouwers, ziende dat zij vrouwen voor zich

Sluiten