Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij niet kon ontrekken... Eerst toen du kwam en ik door mijn geloof in dijn kracht overwon, kon ik met di medegaan.

„Ik dacht wel, dat de draak 't een of ander groote onbekende dier zou zijn, dat de laffen zou verschrikken."

„Maar er bestaan zeker draken, Sogol. In mijn verrukkingen heb ik ze gezien. Zij hadden lange muilen met scherpe tanden en lage pooten gelijk een hagedis en lange staarten met punten bezet..."

„Ik wilde, dat ik met di naar dat gewest van dijn verrukkingen kon opstijgen."

Zij reden een eind voort tot zij aan een klein boschje kwamen, waar zij afstegen om te rusten en de paarden te voederen. Zij zagen om naar Haun, die een eind vooruit was gereden en nu uit het gezicht was.

Sogol nam zijn horen en stiet een paar schrille tonen uit den horen. Toen na eenig wachten Haun niet terug kwam, kluisterde Sogol zelf de voorbeenen der paarden, nam ze het bit uit den mond en liet ze grazen. Daarna zocht hij met Harimona in 't boschje naar paddestoelen, die hun als leeftocht dienden wanneer geen klein wild gevangen was of niet een ree of een hert door Sogol met de speer was neergedrild. Nog zochten zij, toen zij Haun's horen in de verte drie korte stooten hoorden geven, het signaal, dat hij in gevaar verkeerde.

Harimona verbleekte maar Sogol snelde naar zijn paard ontkluisterde het en de hand aan 't kortzwaard, reed hij in galop naar den kant, vanwaar nu voor de tweede keer het alarmsignaal klonk.

Toen hij een eind gereden had, zag hij Haun staan nevens zijn paard. De jongeling kwam zijn heer te gemoet loopen. „Wat is er aan de hand?" riep Sogol.

„Meester... Meester... er is hier wat vreemds . . ." „Wat, mijn jongen?"

„Meester . . . het lijk van een draak ligt hier. .

Sluiten