Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een wondervijver. Ieder, die er zich in spiegelt, ziet er zijn eigen beeld in, naar zijn eigen verbeelding. Zend degenen, die du meent, dat uw opvolgers zouden kunnen zijn, naar dien vijver en vraag hoe zij er zich in zien."

Toen ging de koning terug en liet verkondigen, dat in het woud een vijver was, waarin elk zichzelf zou kunnen spiegelen, zooals hij was. Tien mannen werden uitverkoren om in den vijver zich te spiegelen en wie de waardigste was, zou den troonopvolger zijn.

De tien mannen gingen naar den wondervijver en de koning stond aan den oever en hoorde, wat elkeen zeide, die in den vijver had gekeken.

De eerste, die zijn spiegelbeeld zag, zeide: „Koning, ik zie mij met een gouden kroon op 't hoofd." De tweede zeide: „Koning, ik zie mij met een purperen mantel aan." De derde zeide: Koning, ik zie mij zittende op een troon." De vierde zeide: „Koning, ik zie mij met een schepter in de hand." De vijfde zeide: „Koning, ik zie mij, met het koningszwaard voor den schouder." De zesde zeide: „Koning, ik zie mij met een lichtkrans om 't hoofd." De zevende zeide: „Koning, ik zie mij, staande op uw schouderen." De achtste zeide: „Koning, ik zie mij, staande aan uw sterfbed en uw vinger wijst mij aan." De negende zeide: „Koning, ik zie de schimmen van uw zonen, die mij op het schild heffen ..

De koning echter, die al deze negen mannen had aangehoord, voelde zich bedroefder dan ooit. Want hoe zou hij kiezen komen tusschen zooveel uitverkorenen. De tiende man nu, die de laatste was, die zich in den vijver zou spiegelen, omdat hij reeds van het begin nadenkend terzijde had gestaan, bleef wachten als schroomde bij, om zich te spiegelen.

„Waarom spiegelt du di niet?" vroeg de koning verwonderd.

„Koning," antwoordde de tiende man, „is het wel noodig,

Sluiten