Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar 't zwart en donker was en de vier priesters, in hun overmoed niet bij elkaar houdend, maar elk een ander pad volgend, ziende hoe de wezens paarsgewijze vluchtten, raakten in het woud verdwaald en toen zij, de horens blazend, elkaar signalen gaven, klonken van vele zijden dezelfde signalen terug, zoodat zij, nu wel overtuigd in een betooverd woud te zijn gekomen, hun moed voelden zinken en niet wetend naar welke zijde te vluchten, op de plaats bleven standhouden, het schild aan den arm en het zwaard in de vuist, gereed om hun leven te verdedigen.

Zij wachtten langen tijd maar hoorden niets meer en hoopten op den morgen om hun makkers weder te kunnen vinden of in elk geval, zich uit het betooverde woud te kunnen redden. Doch de vermoeienis van de reis won het van hun angst en zij vielen in slaap.

Toen kwamen de vreemde wezens nader sluipen en plotseling grepen vijf, zes van haar een priester vast en bonden hem de handen en de voeten met gevlochten tenen en brachten hem nu naar de holen.

Daar lagen de vier gebonden priesters weerloos en in doodsangsten tot den morgen. Toen, bij het daglicht konden zij de vreemde wezens nauwkeuriger bezien en nog altijd konden zij zich niet verklaren, door wat voor getwaas zij waren gevangen genomen.

Een der wezens, blijkbaar het opperhoofd, beval de anderen, dat zij de vier gevangenen geheel naakt zouden uitkleeden. Toen rukten de wezens hun de kleederen van 't lijf en nu keken de wezens met groote bewondering naar hun lichamen. Zij betastten hen overal, gilden op zonderlinge wijze, vormden kringen en dansten liedjes zingend om ben been.

De priesters hoorend, dat de wezens hun taal spraken in den Nervischen tongval, begonnen nu moed te vatten en vroegen het opperhoofd te spreken.

Het opperhoofd kwam en liet de vier mannen water te

Sluiten