Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bent-di bang vaêr?"

,,'t Zijn kwaje kaerels als ze beginnen."

„Honger is ook een kwaje kaerel."

„Als du 't wilt, welnu dan jong... daar is dijn vaders hand..

Nog dienzelfden dag waren er op de heuvels vuren ontstoken, om de lieden van de streek te waarschuwen, dat er een saks gevormd moest worden en den volgenden morgen vroeg trok Sigbert met honderd Batouwers naar de Frise kust.

Zes nachten zou de voetreis der honderd duren, vóór zij aan de kust kwamen, waar de skigge lagen. Zij moesten afzonderlijk optrekken, want een gewapende saks van honderd Batouwers zou door de Frisen spoedig bemerkt en gevangen genomen zijn.

Bijna allen waren verzwakt door de lange tijden van schaarschte en maar een twintigtal, die vroeger tegen de Dantubaren gestreden hadden, waren vaardig met de saks. Reri was de grootste en sterkste van allen. De meesten, blondharig, breed van schouders, gedrongen van bouw,' waren iets kleiner dan Sigbert. Doch moed hadden ze allen, wetende welke buit hun wachtte en ook welke waarde die buit voor hen had. Het was niet alleen graan, waarmede zij den nijpenden honger van zichzelf, vrouw en kinderen konden stillen. Maar graan, dat was voor hen ook zaaigraan, het eenigste middel om 't volgende jaar aan den hongersnood te ontkomen, het eenigste middel wellicht om hun anders zoo vruchtbare ouw, in vrede te blijven bezitten. Want niets was vreeselijker dan op verovering van een nieuw gebied uit te gaan. De volksstammen waren talrijk en geheel Germanje was in de vruchtbare streken dicht bewoond. De voorbeelden waren niet zelden, dat stammen, die hun gebied verlaten hadden, overal waren verjaagd, opgedrongen, aangevallen, bestreden tot zij eindelijk weer het oude gebied opzochten, maar

Sluiten