Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar reeds een nieuwen stam vonden. Dan moesten ze om het eerst verlaten land met de wapens in de vuist twisten en zoo waren wel gansche stammen uitgemoord of tot hoorigen en slaven gemaakt.

Waar zouden de Batouwers heen? Aan het bezetten van de ouwen der Frisen was niet te denken. De Frisen, hoe vreedzaam ook wanneer zij niet aangevallen werden, waren onoverwinnelijk als zij tot verdediging genoodzaakt waren. En de Frisen waren een ras van krachtige, slanke lieden, vaardig óók al op het nieuwerwetsche kortzwaard en onstuimig in den stormloop.

Naar de gebieden der Bellovaken en Nerviërs zouden zij evenmin kunnen trekken, want de Nerviërs waren uitstekende ruiters en de Bellovaken streden wel tegen die van 't Paarden-eiland, zoodat een Batouwer bier op geen overwinning mocht hopen. Naar de zijde der Sigambers en Chatten was wel een uitweg te vinden, maar die te verjagen naar de Hermoendoeren zou niet gaan, want de Hermoendoeren waren vrienden van de Cherusken en die twee stammen konden niet door de Batouwers verslagen worden als zij de Hermoendoeren nog daarbij voor zich uit hadden te drijven.

Zij moesten in hun ouw blijven en de honderd wisten wel, dat het van het gelukken hunner rooftocht afhing, of zij in 't voorjaar zaaigraan zouden hebben.

Er waren in deze koude dagen weinig lieden buitenshuis en vooral niet op de groote wegen. Want de honger had die wegen gevaarlijk gemaakt voor reizigers, die niet in groote troepen trokken. En daar in den winter geen groote reizen werden gemaakt, trok de Batouwsche saks onbemerkt het Frisenland binnen. Vooraf gingen straalsgewijze uitelkaar tien verspieders, die als zij twee gewenden geloopen hadden, weder straalsgewijze tot elkaar liepen. Waren zij bijeengekomen en had de weg niets verdachts opgeleverd, dan liepen twee van hen in twee richtingen in draf terug tot

Sluiten