Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouderspieren, die Baldei opzette en nu zachtjes aan zich oprichtend, kon hij met de handen de rand van de borstwering van de skig grijpen, die aan de roerzijde 't laagst gebouwd was.

Nu, de saks bij den steel in den mond pakkend, heesch hij zich op het dek.

De roerganger stond geleund tegen het vastgezette roer met den rug naar Reri toe. Reri deed drie schreden voorwaarts, hief zijn saks met de rechterhand op en sloeg met één slag den man schuin tegen den slaap tegelijk met de linkerarm hem opvangend en de hand tegen 's mans mond houdend, opdat hij niet kon gillen.

Toen de wacht neerviel, zonder een geluid, herkende Reri hem met ontzetting. Het was een oude kameraad, een Scandiër, die hem toen Reri nog scheepsjongen was, knoopen had leeren leggen en netten breien.

Maar lang peinsde hij niet. Hij legde het lichaam van

den gedoode zachtjes neer Op zijn vette linkerarm

bleven wat roode pareltjes bloed hechten, dat was alles. Daarna sloop hij, welbekend met de inrichting der Frise skigge, naar het ruimluik. Toen hij zijn saks als koevoet gebruikend, den ijzeren sluitriggel over de kram heenzette, brak zijn saks. Hij nam den riggel met de handen vast, zette zich schrap en poogde den riggel te verbuigen. Doch

zelfs zijn kracht reikte niet toe. Hij keek rond liep op

't lijk van de wacht toe, haalde diens ijzeren mes uit de scheede en sneed het hout rond de kram weg. Toen gaf de riggel mede, en het luik kon opgetild worden. In 't zwarte gat van 't ruim zag hij niets. Maar dit behoefde niet. Hij kende de wijze waarop de skigge gestouwd werden, liet zich in 't luik afzakken, de hand om den rand van 't vierkante luikgat gekneld en even heen en weer zwaaiend voelde hij grond. Hij liet zich los en viel op de leeren zakken.

„Jammer," dacht hij „dat ik geen licht heb om te kiezen."

Sluiten