Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij greep met zijn vingers tastend in de zakken. Dat

was graan.... en dat was rogge en dat wat ronder,

dat zoo stak, dat was gerst en dat dat

hij voelde nogmaals en nogmaals.... het waren kleine ronde korreltjes, maar wat voor graan 't was kon hij niet goed op 't gevoel onderscheiden, 't Zal spelt zijn, dacht hij.

En nu stapelde hij snel eenige zakken op elkaar, zoodat hij een soort trap vormend, makkelijk bij de opening van 't luik kon komen. Met twee zakken gerst klom hij naar boven, sloop naar 't roer.

„Gauw, gauw," zei Baldei „het water bevriest op

mijn leden "

„Volhouden!" riep Reri. Hij gaf hem den eersten zak, die Baldei overgaf aan de twee, die op de roerstaart zaten en wachtten. Toen de tweede.

„Volhouden!" riep Reri.... „er komen er meer."

„Ik kan niet ik verstijf "

Toen boog Reri zich over de verschansing, en een stuk touw latend afhangen gebood hij Baldei, dat vast te pakken.

„Ik kan niet meer. Ik kan mijn leden niet meer bewegen."

„In je mond!" beval Reri.

De jonge Batouwer pakte het eind van het touw vast met zijn tanden.

Reri, kennend de sterkte van het gebit der jonge Batouwers, die al als knapen zich oefenen in het tillen met de tanden, trok Baldei op, die nu boven het water zweefde, stijf bevroren maar klemmend zijn tanden, sterk als het gebit van een roofdier om het touw, schuingebogen het hoofd. Toen hij hem tot aan de rand van de verschansing had, greep hij hem snel hij den gordel, die kraakte van de het \js. Dan haalde hij den verstijfden, jongen reus op het achterdek.

Onmiddellijk begon hij hem krachtig te wrijven. Het waren niet zijn leden, die bevroren waren. Doch het vet

Sluiten