Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X.

Er waren drie priesters in het land der Nerviërs aangekomen en deze, vernemende dat Sogol en Harimona nog niet genaderd waren, begaven zich naar Waberloo, de winterwoning van koning Solbert. Zij vroegen onderweg aan alle woningen of de lieden Sogol en Harimona reeds gezien hadden. Het begon koud te worden en de drie priesters overnachtten zooveel mogelijk in de hutten, waar men hun gaarne gastvrijheid verleende. En voor het vuur verhaalden zij van de schatten van Renigo, van de wonderen van Harimona en van de ontvoering door Sogol, den Nervischen prins.

Maar de menschen herinnerden zich niet, dat er een prins van dien naam bestond en schudden het hoofd, zeiden tot de priesters, dat zeker de een of andere roover zich die valsche waardigheid had toegeëigend.

Doch de priesters bestreden dat. Het was wel zeker een prins geweest, een echten prins en geen roover. Dat had men gemerkt aan zijn trotsche houding, zijn overmoedig gedrag, de schoone wijze waarop hij wist te spreken en de vele talen, die hij kende. Want men had hem in de kampen hooren redeneeren met priesters van de Sfafen en met gezanten van het Paarden-eiland en met schippers van Scandische vaartuigen, die hij naar den weg had gevraagd om naar het vreemde land te komen. Een Scandische schipper zelfs, die hem, naar de gewoonte der Scandiërs, die wanneer met hun naar den weg tot het vreemde land vraagt, altoos verhalen van den grooten zeeslang en het gruwelijke meerwijf, had hij voor leugenaar uitgemaakt. De Scandiër had zijn mes getrokken en was Sogol te lijf

Sluiten