Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want de wegen waren gevuld met dichte scharen hoorigen, die met vrouw en kinderen optrokken naar Waberloo, om hun vrijheid te verkrijgen, de hoorigen van de goederen aan de wegen onderwijl aansporend om mede op te trekken met hen, liet hij frammen, celten, saksen, goedendags, vuursteen bijlen, aaksten, slingers uitdeelen uit de arsenalen en toen er nog altijd te weinig wapens waren, stuurde hij de hoorigen naar zijn bosschen om knodsen te snijden.

De hertogen op hun beurt vormden ook een leger. Wel waren zij aanzienlijk minder in aantal, maar zij rekenden op hun grootere bedrevenheid in den wapenhandel, hun lange slagzwaarden en hun paarden.

Solbert trachtte in den korten tijd, die hem restte, zooveel mogelijk een ordelijk leger van de hoorigen te vormen. Hij stelde ze op in slagorde, regelde de afdeelingen naar de wapens, leerde ze de stormloopen, langzaam aan te vangen om niet bij aankomst aan de vijandelijke linie, amechtig te zijn. Nu eerst echter begon hij te begrijpen, waarom het grauw zoo hard door de heeren werd behandeld. Want hoewel zij voor de vrijheid, het hoogste goed, zouden strijden, was er onder hen geen eensgezindheid. Solbert had voor elke groep van vijftig, hoofdlieden aangesteld. Doch de hoorigen waren er niet toe te bewegen, de bevelen van deze hoofdlieden op te volgen, zeggend dat zij hun hooggeboren heeren niet waren ontloopen om zich onder 't bevel van huns gelijken te stellen. De hoofdlieden daarentegen, overmoedig en opgeblazen, waren streng en harteloos en er ging geen dag voorbij of de afdeelingen vochten onder elkaar, sloegen hun hoofdmannen neer of de hoofdmannen straften hun onderhoorigen op dezelfde gruwelijke manier, die Solbert vroeger den heeren had verboden.

De leeftocht werd karig. Hoewel er in Waberloo groote kuilen met graan waren, daar de wintertijd was aangebroken en Solbert altoos voorbereid was geweest op

Sluiten