Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met pronk en staat, met schat en gift,

en door mijn hoogen stand,

Kost 't zeker luttel moeite mij,

zij schenkt mij graag heur hand.

De Miseman, die peinsde ook,

en dacht al aan die vrouw, Hij meende en met 't meeste recht,

Dat zij hem passen zou,

Gelijk een need'rig held betaamt,

trok hij toen naar de meid, Met geene and're schatten dan,

zijn onverschrokkenheid.

De Giseman, die lachte luid,

toen hij held Mise zag.

En hoonde toen den dapp'ren man,

met zijnen pratsten lach, Beroemde zich al van te voor,

op zijne zegepraal,

De menschen gaven hem gelijk,

"Want Miseman was kaal.

De Miseman die zweeg maar stil,

zijn vingers om de greep, Hoe dieper smaad hem wedervoer,

hoe vaster 't zwaard hij neep. Zoo trok hij eenzaam met zijn moed,

al naar de heil'ge haag,

Langs woud en weg, langs dorp en huis,

men zag hem nergens graag.

De Giseman al met zijn stoet,

die maakte veel radau,

Hij zwoer bij al wat heilig is,

hem hoorde reeds de vrouw,

Sluiten