Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij klommen in een hoogen boom,

en keken naar beneên, En dreigden wel met menig woord,

maar vechten deed er geen.

De Miseman, die zag den geest,

en trok meteen zijn zwaard, Gelijk de dapp're Sigefried

sloeg hij den geest ter aard. De Giseliden kwamen nu,

al van hun hoogen tak, En met zijn zwaard de Giseman,

den dooden geest doorstak.

Zoo dan na menig avontuur,

kwam men in Renigo,

Held Mise met zijn bloed'rig zwaard,

en Gise evenzoo,

Van vele zijden liep men toen,

al naar den Giseman,

En toen men al diens schatten zag,

sprak men daar wond'ren van.

Hoe anders ging het Mise laas,

die 't pralen niet verstond, En wel een zwaard had, glad en rad,

maar ach, geen radden mond, Men keek niet naar dien stillen heer

en geen gaf hem een kans, Op de zoo schoone Haromien,

want hij was zonder glans.

Doch in het Renigosche kamp,

daar waren helden groot, Die trokken gaarne op het zwaard,

en streden op den dood.

Sluiten