Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Giselieden hielden zich,

als muizen in een hoek, En koning Gise zelf die was,

in al die tijden zoek.

Maar Mise als een ware held,

die stond er wel zijn man, Hij hakte heel het heldenheer,

alleenig in de pan.

Gelijk de helden uit de saag',

die kennen vrees noch pijn, En die door and're helden steeds,

onoverwinbaar zijn.

Zoo streed held Mise onvervaard,

en bleef zelf ongedeerd, Tot er geen held meer overbleef,

hij was zijn dichters weerd. Nu trad hij voor de heil'ge vrouw,

en bad heur om heur min, Toen sprak de schoone priesteres:

Du zijt zeer naar mijn zin.

Maar Gise, die geen held meer zag,

trad nu ook voor heur troon, En bood haar schatten en zijn land

en sprak van Mise hoon. De opperpriester hield nu raad,

en gaf als zijn besluit, Dat Gies met Mies op 't korte zwaard,

zou vechten om de bruid.

Toen Giseman dat woord vernam,

verschrikte hij zoozeer, Dat haastig op de vlucht hij sloeg,

men zag hem nimmer weer.

Sluiten