Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar. Na jaren kwam een andere skig en zij vluchtte met mi naar de skig en werd weder na lange reizen, teruggevoerd naar 't Scandische rijk."

„Bent di in 't vreemde land geweest?" vroeg Sogol, vol belangstelling.

„Ja heer, maar ik was nog slechts een knaap."

„Wat hebt di daar gezien?"

„Heer, wat ik weet is de herinnering van het kind. Er waren groote witte huizen en tempels. Er stonden beelden van goden en godinnen van witten steen, den menschen gelijk maar met edeler trekken. Meer weet ik niet, Heer."

„Weet dijn moeder meer?"

„Zij is dood, Heer."

„Vertelde zij di nooit wat van 't vreemde land ?"

„Niet veel heer.... maar één sproke ken ik. Doch daar ik den naam niet behouden heb van den held, wil ik hem Sintarfletzilo noemen, omdat hij ook aan een rots geketend was."

„Spreek dijn sproke, man!" zeide Sogol ernstig. „En zoo du mij vermaakt, zal ik di kleederen en stand schenken."

Harimona vleide zich neer op een berehuid naast Sogol's stoel, heur hoofd lenend tegen zijn knie.

De sprokespreker knielde voor beiden, stemde zijn lier, tinkelde er even op en begon:

„Er was in 't verre vreemde land een man, die op een nacht droomde, dat hij gestorven was. Het was alles duister om hem heen en hij hoorde een gestadig ruischen als van een verre zee. Hij meende, dat dit de kar van den oppergod was, die naderde, maar hij bleef in 't duister liggen en hoorde het ruischen doch de kar kwam niet naderbij. Toen wilde hij roepen om te zeggen, dat hij daar dood lag, wachtend op de komst van den oppergod. Doch de oppergod kwam niet en toen ontwaakte hij.

Sedert begon hij te peinzen over het leven na den dood

Sluiten