Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hij ging naar alle tempels om met de priesters te spreken. Doch de verhalen van de priesters gaven hem geen vrede en steeds werd hij gepijnigd door de gedachte, dat de dood het einde van het leven was en er daarna geen leven meer bestond, maar dat de ziel zich oploschte in het ruischen van de wereldzee.

Dat vertelde hij ook aan de andere menschen en toen hij eens, bij een offerplechtigheid, de priesters hoonde, werd hij gegrepen en tot straf aan een eenzame rots geketend, waar hij moest verhongeren.

Toen hij nu daar vastgeketend stond, had hij geen berouw, maar hij vloekte de menschen, die hem zoo gestraft hadden en den oppergod, die hem wel het ruischen van zijn kar had doen hooren, doch hem niet verschenen was. Dat maakte den oppergod toornig en hij hield den doodsgeest ver van de rots waar Sintarfietszilo aan was vastgeketend, zoodat de zondaar eeuwig moest hongeren.

Maar Sinterfietzilo op zijn beurt, vloekte den oppergod en tartte hem, zeggend: „Du wreedaard, het leven kuntdi mij wel geven, maar nemen kunt di het mi niet!"

De oppergod nu, daalde af en verscheen hem en zeide:

„Wat, du maaksel van mijn handen. De sterren allen kan ik met één slag vernietigen en dan zou ik di niet kunnen verpulveren?"

„Neeniet, du machtelooze. Want wat geweest is, is geweest en du kunt het niet ongedaan maken."

„Du menschenbroedsel, wat let mi, en ik vernietig di en de heele wereld met di ?"

„Du kunt niet du kunt niet Want wat geweest

is, is geweest...

Toen nam de oppergod de zon van den hemel en door het gat stortte een stroom water over de aarde en alles wat daar op leefde verdronk.

Jaren liet de Oppergod de aarde zoo woest en ledig. Toen hing hij de zon weder uit en de aarde droogde en de landen

Sluiten