Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Solbert, den eenzamen ruiter ziende, vermoedend dat hier een list te vreezen was, gebood zijn drom stand te houden en reed alleen op Sogol aan.

Toen hij hem dicht genaderd was, riep hij :

„Vrouwebeul sta Ik ben de wreker van Harimona!"

„Kortzwaard tegen kortzwaard, slavenheer!" antwoordde Sogol.

De edelen, door den moed van Sogol, die alleen den heelen drom had doen stand houden, weder verzoend, kwamen nu hun veldheer achterna rijden en wachtten gespannen op bet tweegevecht dat volgen zou.

Solbert, gebogen over de hals van zijn paard, zijn kortzwaard geveld vooruit, reed op Sogol in.

Deze gaf zijn paard een kleinen ruk aan den teugel en liet den aanvaller voorbijschieten.

Een gejoel ging op uit de rijen der edelen. Zij schaamden zich, dat hun voorvechter op deze wijze de regelen van het tweegevecht te paard schond, daar de eerste aanval met het geheven schild behoorde afgeweerd te worden.

Sogol wendde zich echter niet tot de edelen en zonder Solbert verder te weer te staan riep hij, zijn paard aanzettend en in vollen draf op de hoorigen inrennend:

„Weg met de slaven! Voorwaarts!"

Hij rende alleen vooruit op den dichten drom der hoorigen in. Deze, zonder aanvoerder, weken terug voor den ruiter.

Sogol gaf zijn paard een ruk aan 't bit en met een sprong over de hoofden der voorsten heen, kwam hij midden in de troep hoorigen en zich buigend terzij van het paard, sloeg hij op ze in.

Solbert snelde nu Sogol achterna. Maar toen hij zijn zwaar paard eveneens den sprong wilde doen wagen, hield het paard de beide voorpooten gestrekt voor zich uit en weigerde den sprong.

De edelen, hun aanvoerder ziende hoog te paard midden tusschen het voetvolk der kerels, snelden hem thans te hulp,

Sluiten