Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadelijk als hun heer, inhakkend op het voetvolk, dat verward, begon te wijken en zonder bezonnenheid met de kortzwaarden in 't rond sloeg.

Solbert nu, snelde zijn mannen vooruit, trachtend achter hen te komen, om ze zoo te kunnen bevelen. Doch de hoorigen, hun aanvoerder spoorslags ziende rijden in de richting van den vijand afgekeerd, snelden in wilde vlucht hem achterna.

Sogol vervolgde ze niet en liet de edelen, die de vluchtenden achterna snelden, door zijn horenstekers terugroepen.

Want hij berekende dat Solbert spoedig zijn reservesaksen, die verder naar achteren wachtend stonden, zou bereikt hebben en dan met een overmacht vallend over de door de vervolging vermoeide edelen, deze zou van de paarden slaan en ombrengen.

De ruiters bleven onwillig staan.

„Wat heer? Verbiedt di ons dat grauw neer te hakken ?" vroeg een hertog.

„Wilt di bevelen ?" antwoordde Sogol smadelijk. En toen de man hem honend met de oogen aanzag, hief Sogol zijn zwaard op en hieuw hem met één slag neer.

De man viel terzij van zijn paard, dat wegrende over het veld. Nu zagen de edelen, dat Sogol gelijk had gehad. Want Solbert kwam aanrennen gevolgd door versche saksen. de grootste kerels van de bende en toen het paard met ten gedooden ruiter terzij naast zich slepend over grasveld hun bereikte, ging een gierend hoongeschrei uit de rijen op.

„Aan di hertog!" zeide Sogol tot den hertog, die hem voor dezen aanval te lijf had gewild.

De hertog, den aankomenden drom gewapende reuzen ziende, wijfelde.

„Hoort di niet ?"

De man keek om naar zijn ruiters.

Sluiten