Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schoolbevolking bedroeg in Zuidholland:

begin 1899 160078 leerlingen.

„ 1900 162831 „ toename 2756 leerlingen. „ 1901 166396 „ „ 3562

„ 1902 179505 „ „ 13109 „

Tot deze snelle aanwas heeft de schoolbouw in Rotterdam en 's Gravenhage niet weinig toegedaan. De achterstand was daar bij de invoering der wet groot en de toename kan dus niet geheel beschouwd worden als een gevolg van de invoering der Leerplichtwet; maar voor een deel ook aan de uitvoering van het in beide gemeenten lang verwaarloosde art. 16 der wet op het Lager Onderwijs.

In Noordholland bedroeg de schoolbevolking:

begin 1899 141476 leerlingen.

„ 1900 145719 „ toename 4243 leerlingen. „ 1901 148321 „ „ 2602

„ 1902 159584 „ „ 11263

in Zeeland:

begin 1899 33395 leerlingen.

„ 1900 33424 „ toename 29 leerlingen.

„ 1901 43569 „ 145

„ 1902 34973 „ „ 1404

„ 1903 35082 „ 109

Yoor Amsterdam zijn de getallen aldus:

begin 1899 76642 leerlingen.

„ 1900 79194 „ toename 2552 leerlingen.

„ 1901 83293 „ „ 4099

„ 1902 88427 „ „ 5134

„ 1903 90414 „ „ 1987

Yoor Rotterdam en 's Gravenhage zijn deze opgaven om bovengenoemde redenen weggelaten.

Uit welke klasse der maatschappij de kinderen het meest van de invoering der wet geprofiteerd hebben, leeren de volgende overzichten van de aantallen kosteloos schoolgaanden.

Sluiten