Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit liefst niet te weinig mannen buiten liet vak, dan kunnen de laatsten door hunne allicht betere bekendheid met de maatschappelijke positie enz. van de opgeroepenen, aan de eersten de noodige inlichtingen geven, dienende om te beslissen of een der ernstige omstandigheden, bedoeld in art. 12

al. 5 aanwezig is.

Heeft bij de benoeming der commissiën liet streven om toch vooral „den minderen, man" stem in het kapittel te geven,, zich wat al te veel doen gelden, dan zullen de opgeroepenen de zaak allicht wat minder ernstig opvatten. De van schuld bewuste ziet er nog altijd tegen op om voor eene vergadering te komen, wier leden in maatschappelijk opzicht ver boven hem staan en zal eene op gepaste wijze gegeven vermaning dankbaar aannemen, zelfs al heeft hij juist nog niet het vaste voornemen er zich aan te storen. Komt hij daarentegen voor mannen, die met hem gelijk of beneden hem staan, het behoeft nog niet altijd uit een financieel oogpunt te zijn, dan wordt de zucht om den lui eens „hun vet te geven of „hun zaligheid te zeggen" soms vrij wat grooter dan zijn gevoel van schuld en is van. den moreelen invloed, dien de commissie kan uitoefenen, weldra weinig over en wordt zij de risee van de voor haar geroepenen.

Waar de schoolopziener de schuldigen voor haar doet komen, doch daarna de zaak met rust laat of, zoo hij ze ^eulei doorzet, met een kantonrechter te doen krijgt, die alles aangrijpt om vrij te kunnen spreken, ook daar zal weldra de invloed

der commissie beneden nul zijn gedaald en acht ik liet in het belang van haar eigen fatsoen, dat ze er zoo spoedig mogelijk het bijltje bij neerlegt.

Overigens hangt haar invloed geheel van haarzelve af. Z& scliere niet alle schuldigen over één kam, wijze den een op zijne verplichtingen, den ander op de straf, late altijd nierken, dat ze zeer goed de moeilijkheden gevoelt, die aan den veranderden toestand voor velen zijn verbonden; zij toone zich nooit hard en ontlioude zich vooral van te preeken over het heil- en zegenrijke van de wet op den leerplicht.

„De commissie kan gezegend werken, als zij tot hare taak ook rekent liet voorkomen van verzuim; dat de invloedrijke

Sluiten