Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorkomen. Het eenige belangrijke mineraal is het Chroomijzersteen, FeCrA,. dat te beschouwen is als magneetijzersteen, waarin 2 atomen ijzer door 2 atomen Chroom zijn vervangen.

Het metaal wordt bijna nooit bereid: men kan dit weer doen volgens de Aluminium methode (CrA + Al). De eigenaardige eigenschappen der chroomverbindingen maakt een andere volgorde van behandeling noodig.

Bewerking van het chroomijzersteen. Dit mineraal wordt fel geroost: hierbij gaat het ijzer over in den ferrivorm en houdt men dus over een mengsel van (gegloeid) ferri-en chroomoxyde.

4 FeCrA + O, = 2 FesO, + 4 Cr303.

Deze beide oxyden hebben nu de eigenschap verloren, om in zuren op te lossen. Daar het chroom evenwel nog verder kan worden geoxydeerd, behandelt men dit mengsel met kalk en heete lucht (in het klein met natriumperoxyde). Hierbij gaat het Chroomoxyde eerst over in het Chroomzuuranhydride en daarna in Calciumchromaat, CaCrOt, dat in water oplosbaar is. De uitgeloogde massa' wordt met potasch omgezet in het kaliumchromaat.

Daar deze stof moeielijk kristalliseert, wordt de vloeistof met zoutzuur behandeld.

K;CrO, + 2 HC1 = K,Cr,0; + 2 KC1 + H,,0.

Het kaliumbichromaat nu kristalliseert zeer mooi uit en vormt nu het middelpunt van de chroomverbindingen.

Eigenschappen van het kaliumbichromaat. Dit vormt groote roode kristallen, die niet hygroscopisch zijn. Het is zoowel in vasten toestand, als in oplossing een sterk oxydatiemiddel. Met zwavel verhit, vormt het Chroomoxyde, een fraai groen poeder:

KXrA + S = K,SOi + CrAHet ammonium bichromaat verglimt bij verwarming (NHJXrA = CrA "f N; -)- 2 H.A

Sluiten