Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twijfel rust op deze commissie in verband met het groot aantal onregelmatigheden, dat bij een behoorlijk onderzoek niet bedekt had kunnen blijven, eene niet geringe moreele verantwoordelijkheid.

DIRECTIE.

De Directie was in handen van één directeur, J. J. Lefèvre de Montigny ') en een adjunct-directeur, G. A. F. Zaal. De eerste had tevens den titel van gedelegeerd commissaris der buitenlandsche maatschappijen, ook waar deze titel in de statuten dier maatschapijen niet bekend was. De adjunctdirecteur was tevens lid van de directies der buitenlandsche maatschappijen, behalve te Parijs, waar hij délégué van den conseil d' administration was.

De leiding der zaken berustte feitelijk geheel bij den directeur, die in overeenstemming met art. 21'der statuten omtrent gewichtige aangelegenheden steeds overleg pleegde met den president-commissaris.

De werkzaamheid van den adjunct-directeur bestond voor een groot deel van het jaar in het waarnemen deifuncties van met verlof of anderszins afwezige buitenlandsche directeuren en het uitoefenen der in het eerste rapport vermelde kascontrole.

Te Amsterdam waren zijne werkzaamheden geheel van administratieven aard. Met de geldelijke aangelegenheden had hij niet te maken. Zijn werk bestond vooral in de behandeling der assurantiezaken en van de correspondentie met de buitenlandsche kantoren. Ook bij afwezigheid van den directeur had hij geen toegang tot kluis of brandkast. In werkelijkheid was zijne positie niet in overeenstemming met zijn titel. Bij zijn afwezigheid werden zijne

i) Het onderzoek leverde eigenaardige moeilijkheden op, omdat<ie commissie uit den aard der zaak niet in de gelegenheid was den directeur te ondervragen.

Sluiten