Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

garissen de bespreking van de dagelijksche leiding der zaak inet den Directeur opdraagt en hem o. a. daarvoor eene afzonderlijke belooning toekent. In werkelijkheid liet het toezicht alles te wenschen over, gelijk hier onder nader zal blijken.

Het statutaire tantième van commissarissen bedroeg in 190-4 ƒ 6223.50. Volgens een door commissarissen gemaakte regeling deelde de president-commissaris daarin niet mede. Daarentegen genoot deze volgens de statuten een vaste toelage, die sedert 1901 ƒ 1500 bedroeg en op onkostenrekening werd geboekt. Aangezien bij deze regeling de president-commissaris sedert 1903 aan salaris minder zou hebben genoten, dan de andere commissarissen aan tantième ontvingen, werd besloten hem een zoodanige extra toelage te geven dat hij, met de statutaire toelage, ƒ 1000 meer zou ontvangen dan het bedrag der tantièmes van de andere commissarissen. Deze extra toelage bedroeg over 1903 ƒ 1092.43 en over 1904 ƒ 1574.50 ; zij werd niettegenstaande de overige commissarissen er op hadden aangedrongen haar op hunne tantièmes in mindering te brengen, desniettemin door den directeur in strijd met hun uitdrukkelijken wensch, gelijk der commissie bij haar onderzoek gebleken is, op onkosten-rekening geboekt. Het volle bedrag dezer toelagen werd, mede namens den heer de Jon'üh van Polsbroek door den heer Ferf gerestitueerd. Deze restitutie, tot het verkrijgen van een juist beeld van den toestand vóór de catastrophe, buiten rekening latende, ontvingen over 1904: de heer van Verre /3074.50 en ieder der andere commissarissen ƒ 2074.50. Bovendien ontving elk hunner als tantième uit de buitenlandsche kantoren + ƒ 4970.

Het totaal van de vaste salarissen en tantièmes van de directie en commissarissen te Amsterdam (uitgezonderd die van den adjunct-directeur ad ƒ5100) in 1904 uit de

Sluiten