Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHOUDING TOT HET FILIAAL TE BRUSSEL.

Het agentschap te Brussel, dat in 1899 werd geopend, staat onder de leiding van twee personen met den titel van „hoofdagenten". Deze bezitten geene zelfstandigheid. Alle posten moeten te Amsterdam worden goedgekeurd en alle contracten en quitanties worden door den directeur te Amsterdam geteekend. Het houden van boeken werd den hoofdagenten uitdrukkelijk verboden, zoodat te Brussel slechts de meest noodzakelijke staten worden bijgehouden, terwijl de eigenlijke boekhouding geschiedt ten kantore te Amsterdam. Hierin zal spoedig verandering moeten komen, daar de Belgische wetgeving uit fiscale overwegingen de aanwezigheid van verantwoordelijke leiders en de aanwezigheid van een eigen boekhouding in België zelf gaat voorschrijven. Het toezicht van uit Amsterdam bestond slechts in een jaarlijksche kasopneming. Na 1904 is geen der Amsterdamsche heeren meer ten kantore te Brussel geweest.

Effecten of coupons zijn te Brussel niet in voorraad. De kas, die ten kantore aanwezig is, bedraagt in den regel niet meer dan frs. 7000. De hoogere bedragen worden gestort bij de Banque de Paris et des Pays-Pas. Het hoofdagentschap had de bevoegdheid over frs. 5000 per dag te disponeeren. Dit is eenigen tijd geleden verhoogd tot frs. 10.000 om tijdverlies bij storting van voorloopige cauties ten behoeve van inschrijvers bij publieke aanbestedingen te voorkomen.

De brandkast, waarin de kas wordt bewaard, heeft slechts één slot met twee sleutels, waarvan tot aan het bezoek der commissie ieder der agenten er één bad. De commissie heeft als haar oordeel kenbaar gemaakt, dat op deze wijze geen van beiden de verantwoordelijkheid draagt en dat, zoolang geen twee ongelijk werkende

Sluiten