Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloten zijn aangebracht, één van beide agenten de beide sleutels behoort te hebben.

WERKKRING

Aanvankelijk bestond de werkkring uitsluitend in het stellen van cauties voor ambtenaren en beambten van den staat, van gemeenten en van enkele groote maatschappijen. Hierin kwam eene belangrijke verandering, toen bij de wet van 14 Juli 1898 (S. 180) werd bepaald, dat borgtochtplichtige ambtenaren hun borgtocht konden stellen behalve door het geven van zakelijke zekerheid, door middel van borgtochten, hetzij van door hen te vormen onderlinge vereenigingen, hetzij van naamlooze vennootschappen.

Daar de maatschappij de borgtochten der rijksambtenaren niet geheel wilde verliezen, moest zij zich voegen wel naar den nieuwen toestand, die door deze wet werd in het leven geroepen.

Overeenkomstig de wet werd door haar een onderpand aan den staat gegeven, dat — eveneens overeenkomstig de wet — ten deele uit eene inschrijving in het Grootboek der Nat. Schuld, ten deele uit effecten bestaat. Dit onderpand bedroeg op 31 Dec. 1905, ƒ 100 000 in effecten, waaronder ƒ50.000 4 pCt. obligatiën van de Holl. Hypotheekbank en eene inschrijving in het 2' 2 °/0 Grootboek van /'120.000 Dit laatste wordt voor 80°/0 van de nominale waarde, de effecten worden voor iets meer dan 90 °/0 van den beurskoers als onderpand aangenomen. Het geheele onderpand had dus vóór de catastrophe eene officieele waarde als zoodanig van omstreeks ƒ 186.000; hiervoor mocht, volgens de wet, de maatschappij vijfmaal dat bedrag aan borgtochten voor rijksambtenaren sluiten of ƒ930.000.

Op 31 December jl. was op dit onderpand afgesloten een bedrag aan borgtochten van ƒ904,954.65. Tengevolge van de op zich zelf zeer te billijken geringheid van het surplus,

Sluiten