Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de maatschappij persoonlijk aansprakelijk is. Bij de verzekering zal hierop worden teruggekomen.

Sedert eenige jaren werden — overeenkomstig art. 2 en

3 der statuten — ook wel kleine voorschotten gegeven aan ambtenaren en anderen. De rente, die gevraagd werd, was zeer verschillend; zij schommelde in den regel tusschen

4 en 6 pCt. Er kwam zelfs een renteloos voorschot voor!

Gelukkig heeft de voorschottenafdeeling geene groote

proportiën aangenomen. Op 31 Dec. j.1. stond aan kleine voorschotten nog een bedrag van ruim ƒ 4000.— open.

Tot zoover de werkzaamheden der maatschappij binnen de grenzen der statuten. Er werden echter ook talrijke transactiën gesloten die buiten den statutairen werkkring der maatschappij lagen.

Den overgang tusschen de statutaire en extra-statutaire werkzaamheden vormen de beleggingen van gelden op prolongatie bij verschillende bankiers. Voor zoover deze prolongaties werden gesloten tot tijdelijke belegging van beschikbaar kasgeld, valt daartegen niets aan te voeren en behooren zij thuis onder een ordelijk finantieel beheer.

Er stonden echter herhaaldelijk en voor langeren tijd groote bedragen op prolongatie uit, die, tegenover de 4 pCt. welke voor het aldus belegde geld aan obligatiehouders moesten worden betaald, groote renteverliezen opleverden. Immers de gemiddelde prolongatierente bedroeg in de jaren sedert 1900 niet meer dan: 3.96 — 3.66 — 3.70 — 3.84 — 2.82 en 2.75°/0. Zonder tijdroovende en thans vrijwel nuttelooze berekeningen, is het bedrag der op deze wijze veroorzaakte verliezen niet vast te stellen. Het spreekt van zelf, dat deze bron van verlies in het vervolg gestopt zal moeten worden.

Zonderling was ook eene verhuring van obligaties der maatschappij aan een particulier voor een zeer aanmerkelijk

Sluiten