Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoonlijke borgtocht van den directeur, den presidentcommissaris en diens zoon. De Heeren Van Verre hebben na het bekend worden der catastrophe voor de geheele aflossing van dezen post gezorgd.

Zelfs werden grootboek-kapitalen gekocht, belast met vruchtgebruik.

Het spreekt wel van zelf, dat de maatschappij er in het geheel niet op was ingericht dergelijke zaken te drijven en dat zij bij het zich begeven op terreinen, die haar vreemd waren en vreemd hadden behooren te blijven, niet juist de room der onderpanden ontving. Verliezen hierop zijn dan ook niet uitgebleven.

Het minst gelukkig was de maatschappij wel met hare beleeningen aan de N. V. „Rotterdamsche Houthandel", waarvan de directeur in den raad van commissarissen, zitting hadden. Aan deze maatschappij werden door den directeur op eigen naam, doch met geld van de maatschappij twee bedragen ter leen verstrekt tot een totale som van ƒ 75.000.— Van deze leeningen werd, naar ons werd verzekerd, een terugbetaald aan den directeur, die echter de afgeloste som niet aan de maatschappij verantwoordde. Ditzelfde geschiedde met een bedrag van ƒ 25.000, dat terugontvangen werd van een anderen debiteur. De tweede leening van den „Rotterdamschen Houthandel" staat nog open, maar hoewel het bedrag daarvan uit de kas der maatschappij werd verstrekt, staat zij ten name van den heer de Montigny persoonlijk, zoodat zij een bate vormt van diens boedel. Zeer ongelukkig was de maatschappij ook met een leening van ƒ 37.000 die de directeur eveneens op eigen naam doch met geld van de maatschappij aan een hem bevriend persoon verstrekte en die als waardeloos moet worden afgeschreven.

Niet minder schadelijk zijn twee leeningen door den directeur, naar deze schijnt te hebben erkend, valschelijk

Sluiten