Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zijn de reine wateren, die j eens gespat zullen worden. ^ Het overige echter was moedwillig en schreide: „waarom „is mijne eer aldus tot schande „geworden, ook ik wil tot de „hooge wolken opstijgen en . „gelijk zijn aan mijne weder- 1 helft", maar een verterend ; vuur verbrandde het en de j oproerige werd aldus bedwongen. Hij gaf de aarde een • nieuw uiterlijk door vruchtboomen en gewassen en beval ' het geboomte „naar zijne soort" , [te ontstaan] maar niet de ge- 1 wassen,9) doch deze pasten op j zich zelve den afieidingsregel , toe van het geringere tot het meer gewichtige te besluiten ■ en er ontstonden soorten van gewassen "'). Den aard der twee 1 lichten (zon en maan) maakte . Hij in glans en vorm aan elkander gelijk n) en vormde hen ' naar de gelijkenis en het even- < beeld van het werk Zijner handen (den mensch) en droeg • hun op en gebood hun, door dezelfde opening uit te gaan. Maar Hij strafte de maan en

rrii txtötvI r\r\ lioron filH Irlpinpr

omdat zij tegen Hem gemord had en niet had ingezien het geloof aan haren tijd 12) en troostte haar door haar nog kleine [sterren] toe te voegen, 1S) maar zij stelde zich hiermede niet tevreden. Daarom brachten mijne menigten een verzoeningsoffer ,4) in liet heiligdom op alle nieuwemaansfeesten naar het voorschrift der wet, één geitenhok als zondoffer ter eere des Eeuwigen.

g) Vgl. Genesis i, n. — io) Vgl. Talmud Chulien fol. 6oa. — u) Vgl. Talmud Chulien fol. 6o/> en Raschie Genesis i, 16. —

12) Dat zij namelijk bestemd was geweest, de grootste te zijn. —

13) Vgl. Raschie op Genesis 1, 16. — 14) Vgl. Talmud Chulien fol. 60b

nn r.vi Sr njnca no S"3 n neN.

Sluiten