Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het dragen der kleederen, hij zal zijn hoofdhaar niet wild laten groeien en zijne kleederen niet scheuren. 11. En bij geen gestorven personen zal hij komen; aan zijn vader en aan zijne moeder zal hij zich niet verontreinigen. 12. En u;t het heiligdom zal hij niet gaan, opdat hij niet ontwijde het heiligdom van zijn God, want de wijding der zalfolie van zijn God rust op hem, Ik ben de Eeuwige. 13. En hij — eene vrouw in haren maagdelijken staat zal hij nemen. 14. Eene weduwe en eene echtelijk gescht'idene en eene ontwijde, eene ontuchtige, — dezen zal hij niet nemen; maar eene maagd uit zijn volk zal hij tot vrouw nemen. 15. Opdat hij niet zijn kroost onder zijn volk ontwijde, want Ik ben de Eeuwige, die hem heilig. 10. En de Eeuwise snrak tot

Aiozes, als volgt: 17. Spreek tot Aharon, als volgt: iemand van uw kroost, bij hunne nageslachten, aan wien een gebrek is, zal niet naderen om te brengen de spijs van zijn God. 18. Want geen man, aan wien een gebrek is, zal naderen; een blinde man, of een lamme,

Sluiten