Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verbrijzelde hare sluitboomen, haar koning en hare vorsten zijn onder de volkeren zonder Thora, ook hare profeten ontvangen geene openbaring van den Eeuwige. 10. Zij zitten op den grond, zij zwijgen, de oudsten van de dochter van Zion; zij werpen aarde op hun hoofd, omgorden zich met zakken ; de maagden van Jeruzalem nijgen hun hoofd ter aarde.

11. Mijne oogen zijn verteerd door de tranen; mijne ingewanden zijn verbrand; mijn lever is uitgestort op de aarde wegens de ramp van de dochter mijns volks, daar kleine kinderen en zuigelingen versmachten op de pleinen der veste.

12. Tot hunne moeders zeggen zij: „waar is* koren en wijn?" terwijl zij versmachten als een doodelijk verwonde op de pleinen der stad, en den geest geven aan den boezem hunner moeders. 13. Wat zal ik voor u getuigen ; wat zal ik u als voorbeeld stellen, o dochter van Jeruzalem! wat zal ik met u gelijkstellen en u troosten, maagdelijke dochter van Zion!

TT - J. _ 1 J „ - ~

v uui wncLi 7 giuuu ctiö ue ia

uw ramp, wie zal u genezen? 14. Uwe profeten hebben u leugen en schijn geprofeteerd en uwe misdaden niet geopenbaard om uwe gevangenschap af te wenden; zij verkondigden u valsche

ii. fjiDj;? = fpirra

i4- TtI'nS. Men lette op de eigenaardige beteekenis, welke

deze woorden hier hebben. De gewone beteekenis dszer uitdrukking is de ballingschap opheffen, Cf. ~|iTDC DX .... 2CM [Deut. 30. 3], terwijl het hier beteekent: de ballingschap afwenden.

niNÏ*0. Deze meervoudvorm van {CU'0 komt slechts hier voor.

Sluiten