Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dan zoo voortrolt over de straatsteenen, wat hooren we dan? Juist, dan maakt het rijtuig een geraas, dat we binnen in huis wel hooren kunnen. „Rrr " zegt het dan. AVacht, ik zal u eens iets van dat rijtuig vertellen.

Er was eens een man, die Reint heette, en er was eens een meisje en dat heette Rika. Als Rika bij dien man kwam, zei ze altijd: „Dag Reint-oom!" Op een keer zei Reint-ooin tot Rika: „Straks zullen we 't rijtuig aanspannen en dan gaat Rika mee. Wil Rika dat wel?" Nu, dat kun je begrijpen. Dat wilde Rika wel heel graag. Het duurde dan ook niet lang, of het rijtuig stond al klaar. Eerst hielp oom Rika in het rijtuig en toen klom oom er zelf ook in. Oom zei: „Vort, Piet!" en rr , daar rolde het rijtuig vooruit. Ik stond juist voor de deur, toen het rijtuig van oom voorbijrclde, en ik zag, dat Rika voor 't raampje zat. Wat lachte ze blij! Ze knikte mij toe en ik riep: „Dag, Rika, veel pleizier!" Maar Rika hoorde er niets van, want het rijtuig maakte veel te veel leven, 't Was een geraas, dat de ramen rammelden.

Een poosje zag ik het rijtuig nog en toen was het weg. Maar hooren kon ik het nog goed. Rr ging het, tot ik

op 't laatst ook niets meer hoorde. Den volgenden dag heeft Rika mij op school verteld, wat een schik ze had gehad van het rijtoertje. Ze wou oom vragen, of ik ook eens mee mocht.

Maar we zouden een versje leeren, he? Nu zegt me dan eens mooi na :

Rr , daar r olt het r ijtnig Van oom R eint voorbij ;

R ika zit voor 't r aampje,

O, wat lacht ze blij?

Rr , zoo r olt het r ij tuig,

Hoor eens wat getier!

Hè, de r amen r ammelen!

R ika, veel pleizier !

Hoe gaat het, jongens, als een rijtuig over de straat rolt? Juist, rr !

Laten we eens kijken, kinderen, hoe nu de mond zich zet. Ja, de inond is los, de tanden alweer van elkaar. We willen

Sluiten