Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dictee VII.

soes, saam, Saar, Sijm, sijs,

Sien, feest, fijn, maak, vaak,

zoek, ziek , rook, raak, rij ,

rijk, Riek. i. e. ie. ei.

35.

room is vet.

moet room in een zeef?

Fie voelt aan een mes.

moet Fie een mes ?

Fik zit in een ren.

Fik eet er een ei.

O, Fik, o, Fik !

Opmerking 1. Woordjes met korte klanken ingesloten door twee consonanten worden ingevoerd. Woordjes als: vel, vin, vil, zin, ril zijn zooveel mogelijk nog vermeden, ook in 't leesboekje. Door de slotconsonant wordt de vocaal eenigermate gewijzigd, wat voor aanvangers, nu er een beginconsonant is, 'tlezende verbinden met korte vocaal bemoeilijkt. Vergelijk: ve-t en ve-1, Fi-k en vi-1, ri-t en ri-1. De weggelaten woordjes worden ongemerkt in de oefeningen bij het Tweede Leesboekje opgenomen.

2. Ter betere onderscheiding van ie en ei neme men ook het plaatsgeheugen tot hulp; b.v. de ie links, de ei rechts op 'tbord met de teekeningen riem en ei er boven. De minder begaafden krijgen een rijtje woorden met de vocalen: ei, ie, e en i. Vergelijk Oefening 28, opmerking 1.

3. Schrijven , no. 34.

36.

ik loop met Fik.

Fik loopt mij mis.

loopt Lie ook mee?

is Lie moe?

zit op, Lie.

Lie zit lief op.

Opmerking. Lezen in 't boekje, les 15.

Sluiten