Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begonnen is en hoe het toen verdergegaan is?... Tonia? Kom, ik ben benieuwd, hoe Tonia 't kan. Wel, wel, dat is flink zoo! Wijst jullie allemaal eens met den vinger, zooals Tonia met den stok doet, dan zal ik eens achter jullie gaan staan om te zien, of je allen den goeden kant omdraait. Als ik één zeg, moeten Tonia en jullie allemaal beginnen.... Eénl Goed, goed. Nu willen we 't allemaal eens met den vinger op de bank doen . ..

Op het bord heeft men eenige verticale lijnen getrokken, om het ontstaan van ruitjes te laten zien. Zijn er al ruitjes? Neen. Meester zal nog een lijntje trekken. Zijn er nu? Enz.

Van zulke kringetjes als we zoo even gemaakt hebben, zal ik nu eens een heele rij op 't bord zetten. Kijkt: naar boven — naar onder — naar boven : dat is één kringetje; naar boven — naar onder — naar boven: dat is twee. Zegt ook eens mee: naar boven — naar onder — naar boven. Klaar is 't. Wie wil ook eens een kringetje komen maken? Bij het streepje beginnen en niet in de hoekjes komen. Wie zou 't ook op de lei kunnen? Allen? Daar heb ik schik van. Nu de leien dan maar genomen. Past eens op, dan doen we 't allemaal gelijk. Aan het leien nemen kan men gevoegelijk wat armbewegingen laten voorafgaan.

Weer luisteren. Ik wil eens zien, wie van jullie een doekje heeft meegebracht, om de leien schoon te vegen. Dat moogt gij niet met den boezelaar of met een zakdoek doen. Ge weet immers wel, waarvoor moeder u een zakdoek heeft meegegeven!... De leerlingen moesten allen voorzien zijn van een doos met spons en lap. Men kan ze immers bij de leermiddelen aanvragen. Kosten zijn het niet en , als ze voor en na eens goed uitgespoeld worden, blijven ze frisch. — Nu de leien schoonvegen. In 5 tellen kunnen ze zoo zwart lijken als roet. Als ik een zeg, rnoogt ge beginnen, en als ik aan vijf ben, moeten alle handen rrrt! vooruit komen, al zijn er ook nog, die de lei niet al te best schoon hebben. Ziezoo, klaar is 't. Gaat nu maar kringetjes draaien. De lei vlak op de bank laten liggen en niet roepen. Wie mij gaarne iets vragen of vertellen wil, moet één vinger opsteken en wachten, tot ik vraag, wat ge gaarne wilt. Wie de griffel heeft laten vallen, mag niet maar zoo onder de bank kruipen, maar moet ook één vinger opsteken. Wie naar de gang wil, mag

Bouwmeester en Berenüsen, Handleiding. 16

Sluiten