Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gienswaarde waartoe bovenstaande uitdrukking nadert, als men h onbepaald laat toenemen. Hij heeft de waarde

A = J e(V, — V2) (13)

§ 438. Arbeidsvermogen van een electrisch veld. Wanneer de wet van het behoud van arbeidsvermogen zal doorgaan, moeten wij uit het voorgaande besluiten dat de geladen condensator een arbeidsvermogen heeft, waarvan het bedrag gelijk is aan den arbeid dien het gekost heeft, om hem te laden, en dus door de formule (13) wordt gegeven. Het zal ons werkelijk blijken dat de condensator op zijn beurt een arbeid kan verrichten. Hij komt ook in dit opzicht overeen met den in § 434 beschouwden vloeistofcondensator, waarin eveneens, zooals men gemakkelijk zal inzien, een zeker arbeidsvermogen wordt opeengehoopt als men hem een lading geeft, Dat arbeidsvermogen moet men in de veeren zoeken, waardoor wij ons voorstelden dat de zuigers in Fig. 375 naar hunne evenwichtsstanden worden teruggedreven.

Overeenkomstig hiermede moeten wij ook aannemen dat het arbeidsvermogen van den electrischen condensator op die plaatsen aanwezig is, waar deeltjes uit hunne oorspronkelijke standen verschoven zijn en door zekere krachten naar die standen teruggedreven worden, d. w. z. in de cilindrische ruimte C D E F (Fig. 372) tusschen de platen. Daar nu in die ruimte de electrische vloeistof overal even ver uit den even wichtsstand verschoven is, moeten wij ons voorstellen dat gelijke ruimtedeelen van den cilinder evenveel energie bevatten.

Men vindt de hoeveelheid arbeidsvermogen per volumeeenheid, die wij U zullen noemen, wanneer men de geheele hoeveelheid (13) door het volume, d. w. z. door S d (§ 430) deelt. Dit geeft

U = -e- V'~V>

2 S • d ' of, als men de vergelijkingen (1) en (6) in aanmerking neemt,

U = gDF (H)

Sluiten