Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarbij behoeven wij niet noodzakelijk aan den druk in een vloeistof te denken; wij kunnen volstaan met het denkbeeld dat de potentiaal een grootheid is waarvan de getalwaarden in verschillende punten beslissend zijn voor de vraag of de electi iciteit al dan niet naar een bepaalden kant voortgedreven wordt, en, zoo ja, naar welken kant. De electriciteit wordt nl. altijd gedreven van plaatsen met hoogen naar plaatsen met lagen potentiaal.

Is er evenwicht, dan is in een geleider de potentiaal overal even hoog, en hetzelfde geldt van twee geleiders die door een metaaldraad met elkaar verbonden zijn. Daaruit volgt dat wanneer wij uit de uitwijking der goudblaadjes van een electroskoop kunnen afleiden hoe hoog de potentiaal dier blaadjes is, wij dit instrument kunnen gebruiken om den potentiaal van dezen of genen geleider te meten.

Wordt nl. de knop door een langen draad met een geladen geleider C verbonden, dan zal de electroskoop zoo lang electriciteit ontvangen of afstaan tot zijn potentiaal gelijk is aan dien van C. De uitwijking der goudblaadjes geeft dus een aanwijzing omtrent den potentiaal van den geleider; zij zal niet veranderen als men het einde van den draad dat met C in aanraking was naar een anderen conductor overbrengt, die een even hoogen potentiaal als C heeft. Evenmin verandert de stand der goudblaadjes als men den draad over het

Heeft men van een geladen condensator, waarvan de eene plaat met den grond in verband staat, de andere door een metaaldraad met den electroskoop verbonden, dan ziet men de goudblaadjes verder uitwijken wanneer men de platen van elkaai verwijdert, terwijl de uitwijking kleiner wordt wanneer men de platen naar elkaar toeschuift. Dit is een gevolg van

oppervlak van C verplaatst. Het is zelfs onverschillig, of men (Fig. 377), bij een hollen geleider C, een punt P van den binnenwand, een punt van het buitenoppervlak, of den rand der opening a aanraakt.

Sluiten