Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maat voor den potentiaal V. Daaruit volgt dus dat de uitwijking X die deze verkrijgen, als B binnen de holte komt, niet verandert, hoe men ook B daarin verplaatst, en ook nog dezelfde blijft als men dezen geleider met den binnenwand van C in aanraking brengt. Leidt men, in plaats van dit laatste te doen, G naar den grond af, dan vallen de goudblaadjes samen, maar zij krijgen dan weer een uitwijking als B wordt weggenomen. Die uitwijking is even groot als de bovengenoemde x, wanneer de elektroskoop bij gelijke positieve en negatieve potentialen dezelfde uitwijking vertoont.

§ 447. Een enkele bolvormige geleider. Wanneer wij ons voorstellen dat de straal R4 van den buitensten bol in Fig. 382 hoe langer hoe grooter wordt, naderen wij tot het geval van een bolvormigen geleider, omringd door een dielectricum dat zich tot op oneindigen afstand uitstrekt. Wij zullen aannemen dat dit de lucht is, zoodat wij mogen stellen

'-'[—rj-

Verder zullen wij den straal van den bol (R, in formule (22)) door R en den potentiaal (V, in formule (22)) door V voorstellen; V2 stellen wij =0, daar de potentiaal op oneindigen afstand deze waarde heeft. Schrijft men nu de formule (8£j in den vorm aj

4jt(V,— V.,) r Vj — Vs

xrir r=izr± * • ■ (28)

R* L Rj Rs. dan vinden wij, daar tot 0 nadert, voor de lading van den bol

e = 4 T V R [e = V Rl.

De grootheid

C = 4*rR [C = R], die de lading bepaalt, als de potentiaal de waarde 1 heeft, beschouwen wij als maat voor de capaciteit van den bol. Het arbeidsvermogen van het veld is

\ e Y = 2 t V2 R = — el F1 eV=~ y- R fll

2 8 7r R [_2 2 2 R J'

Sluiten