Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stel b. v. dat de bewegelijke plaat cirkelvormig is en een straal van 5 c.M. heeft, en dat bij een afstand van 1,5 c.M. een aantrekking van 6 gr. is waargenomen, dan is in het C.-G.-S.-stelsel Q = 6 X 981, dus

Bij de afleiding der bovenstaande formule is afgezien van de spanningen die op den rand van de bewegelijke plaat werken, en van de krachtlijnen die wellicht van zijne achterzijde uitgaan. Tiiouson heeft echter het instrument zoo ingericht, dat de formule volkomen van toepassing is. De bewegelijke plaat P (Fig. 394) is omringd door een vaststaanden ring R R, waarvan hij slechts door een smalle spleet is gescheiden; met dien ring is verder nog

de geleider A A verhonden, die met 1' en R een bijna gesloten doos vormt. Tegenover P staat de vaste • plaat (1, die grooter dan P is. Worden nu A, R en P op denzelfden potentiaal gebracht en bepaalt men de kracht die noodig is

om P in het vlak van den ring te houden, dan gaan van de achterzijde van P in 't geheel geen krachtlijnen uit en van de voorzijde slechts lijnen, die loodrecht op het oppervlak van Q, staan. P is nl. als het middelste gedeelte van een grootere plaat Pll te beschouwen, en eerst nabij de randen van Q en R is het electrische veld niet ineer homogeen.

b. Quadrantelectrometer. Dit werktuig, dat eveneens door William Thomson werd uitgedacht, is gevoeliger dan een

ëouuDiaaeiectrostcoop. De voornaamste deelen ervan worden in horizontale projectie door Fig. 395 voorgesteld.

Vooreerst verbeelde men zich een platte cilindervormige doos met horizontaal grond- en bovenvlak, bij welke uit het midden van deze vlakken kleine cirkelvormige deelen zijn weggenomen en die daarna volgens twee on¬

derling loodrechte vlakken, door de as gaande, geheel is doorgesneden. De geelkoperen „quadranten" P, Q, R en S van het instrument hebben den vorm

Sluiten