Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, en nemen wij (5) in aanmerking, dan komt er

K L _ k' i'

P K1 ~ a' '

een uitkomst die ook geldt wanneer het element beneden het punt C ligt.

K L

\ oor de som der waarden van ^ ( voor al de elementen van A 15 berekend,

vinden wij dus de som van al de overeenkomstige elementen k' l', alle door «■' gedeeld, dus daar die som gelijk is aan de middellijn (IS van den cirkel,

«3 = „i ' dientengevolge gaaat (6) over in de vergelijking (4).

Het verdient nog opmerking dat inen de in (6) voorkomende som ook gemakkelijk kan aangeven, wanneer men die slechts over een deel der lijn A 15 uitstrekt. Is dat deel het stuk I) E, dan is

KL d' e' 1

S PK> = ~a-i " = (cos S P E ~ 008 S P D) • • • • (7)

Eveneens heeft men voor het stuk E E

S P K' = = ,1 (cos S P E + cos ti P F) . . . . (8)

In welke lichting de krachtlijnen om den beschouwden langen geleiddraad heen loopen, d. w. z. naar welken kant een noordpool wordt gedreven, volgt uit den regel van § 482. Wij kunnen dien echter ook door een anderen vervangen.

Wanneer een kurketrekker in een zekere richting wordt rondgedraaid gaat hij naar een bepaalden kant vooruit, en wanneer hij andersom gedraaid wordt, verschuift hij zich naar den tegengestelden kant. Wij zullen zeggen dat de richtingen van een wenteling en een verschuiving die bij een kurketrekker gelijktijdig voorkomen, bij elkaar passen. Op deze wijze past bij elke wenteling of rondgaande beweging in een of ander vlak een bepaalde verschuiving loodrecht op dat vlak en omgekeerd.

Dit eenmaal wetende, zal men gemakkelijk inzien dat de richting van den stroom in den beschouwden langen geleiddraad en de richting der krachtlijnen in de omringende ruimte bij elkaar passen.

§ 488. Een gesloten vlakke winding. Wij beschouwen in de tweede plaats een gesloten kringvormigen geleider S (Fig. 414), die in een plat vlak ligt, iets dat wij, al wordt het

Sluiten