Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en men vindt dus

n . V. 2 ir n . 1

sTrU* L g*" Th'J • ■ • <15>

Brengt, bij een tweede proef, een stroom met de intensiteit i' een afwijking *' teweeg, dan heeft men voor tg*' een dergelijke formule en dus

i: i' = t g x : t g

Deze betrekking, die men reeds kan afleiden uit de opmerking dat bij een gegeven instrument F, evenredig met i is, heeft aanleiding tot den naam tangentenboussole gegeven.

In de formule (15) is i in theoretische electromagnetische eenheden uitgedrukt. Kiest men de ampère als eenheid, dan

l/ 4: 7T

moet men ^ door——— « [0,1 vervangen. Substitueert men

bovendien voor H de waarde ') 0,052 [0,185] en lost men i op, dan vindt men voor de stroomsterkte in ampères

i = 0,29 ^ t g « (16)

Bij deze uitkomst valt op te merken, vooreerst dat om een licht te begrijpen reden noch de sterkte van de magneetpolen noch de lengte van de naald in de formule voorkomt, en in de tweede plaats, dat de formules hierop berusten, dat alleen de stroom in de windingen op de naald werkt. Men moet dus zorg dragen dat de krachten, uitgeoefend door den stroom in de draden buiten het instrument, elkaar opheffen. Met het oog daarop legt men de toe- en afvoerdraden onmiddellijk naast elkaar (Fig. 415) of wikkelt ze om elkaar heen.

Met behulp van een klein aantal galvanische elementen van gewone afmetingen kan men electrische stroomen van eenige ampères krijgen. De stroomen die men bezigt voor de electrische verlichting of voor het in beweging brengen van werktuigen (electrische trams) hebben dikwijls een sterkte van honderden ampères. Yoor het meten van dergelijke stroomen bestaan instrumenten die men ampère-meters noemt en bij welke,

1) Zie de uoot op p. 362.

Sluiten