is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 452, a aangegeven wijze heeft gemeten en de capaciteit b. v. door vergelijking met een bol van bekenden straal (§ 447) heeft bepaald. Dan zou men de grootheid e in electrostatische maat kennen en dus ook door de evenredigheid het aantal e' electrostatische eenheden, die in een blij venden stroom per seconde door den galvanometerdraad moeten gaan om een blijvenden uitslag te geven, even groot als de tijdelijke uitwijking die de ontladingsstroom teweegbracht. Kent men echter de gevoeligheid van den galvanometer, dan kan men ook zeggen, welk onderdeel van een ampère de intensiteit van den bedoelden blijvenden stroom zou zijn. Daarmede heeft men alle gegevens om het verhoudingsgetal c te berekenen.

§ 500. Diftereiitiaalgalvanonieter. In dit instrument zijn twee van elkaar geisoleerde geleiddraden op de klos gewikkeld, en wel even dikwijls en zoo dat de twee stellen windingen geacht kunnen worden, denzelfden stand ten opzichte van den magneet te hebben. Leidt men nu gelijktijdig door den eenen draad een stroom van de intensiteit i,, en door den anderen, in tegengestelde richting, een stroom van de intensiteit i2, dan blijft de naald in rust, als — i1 is, maar hij wijkt naaide eene of de andere zijde uit, wanneer «, > i2 of < i, is.

§ 501. Nadere beschouwing van een stroom in een enkelen geleidt! raad. In Fig. 426 stelt E een galvanisch element voor,

waarvan de polen door een sluitdraad D D zij n verbonden; de winding van een tangentenboussole T B maakt deel uit van den weg, langs welken de electriciteit van de positieve naar de negatieve pool stroomt. Twee punten H en K van

de keten zijn met de quadrantenparen van den electrometer verbonden. De naald daarvan krijgt een blijvende uitwij-